Simone van der Vlugt, 2008, Vlinders, Rotterdam: Lemniscaat
Korte samenvatting:
Zoë is met haar broer en moeder verhuisd nadat haar ouders gescheiden zijn. Ze is paranormaal begaafd en wil dat liever niet op haar nieuwe school vertellen. Op een dag 'ziet' Zoë een mooie jongen, hij blijkt niet meer te leven. Deze jongen heeft Zoë's hulp nodig om de daders, die hem hebben doodgetrapt, op te laten pakken. Zoë besluit hem te helpen, maar komt zelf daardoor in moeilijkheden. Ze kon altijd met problemen bij haar moeder terecht, maar die heeft nu even genoeg aan haar hoofd met de nieuwe gezinssituatie.
Het verhaal gaat over Zoë, een meisje met een paranormale gave. Zoë 'ziet' op het schoolplein een mooie jongen. Door de manier van schrijven heb je meteen in de gaten dat andere kinderen deze jongen niet kunnen zien. De emoties, gevoelens en gedachten van zijn Zoë geloofwaardig neergezet, 'En het is best een lekker ding. Blond, groot, cool gekleed. Zonder aarzelen lacht Zoë terug' (P. 5). In de mails die Zoë aan haar overleden vriendin Evi schrijft, 'Dat was weer een gezellige zaterdag! Het liep helemaal uit de hand.' (P. 108).
Olaf, de overleden jongen, wil graag dat Zoë hem helpt om de daders te pakken te krijgen. Olafs vader gaat er namelijk bijna aan onderdoor, de goede man kan het niet verkroppen dat er nog niemand gearresteerd is. Hierdoor kan Olaf niet 'over'. Dit stukje is een beetje cliché, maar wel belangrijk voor het verhaal.
Olaf, de overleden jongen, wil graag dat Zoë hem helpt om de daders te pakken te krijgen. Olafs vader gaat er namelijk bijna aan onderdoor, de goede man kan het niet verkroppen dat er nog niemand gearresteerd is. Hierdoor kan Olaf niet 'over'. Dit stukje is een beetje cliché, maar wel belangrijk voor het verhaal.
