Mous, M. (2018). 2C. Van
Holkema & Warendorf: Houten.
Korte samenvatting
Het boek 2C is een verhaal
over een klas die op werkweek gaat naar de Ardennen. Net voordat de bus met de
groep leerlingen en twee docenten wil vertrekken, krijgen bijna alle leerlingen
een dreigbericht op hun telefoon. In de bus ligt een DVD die afgespeeld moet
worden. De video vertelt hen dat er een bom in de bus ligt. Als ze niet doen
wat hen gezegd wordt, wordt de bom tot ontploffing gebracht. Al snel vermoeden
een aantal leerlingen dat de bommenlegger misschien een bekende van hen is, of
nog erger: is het een leerling die deze gruwelijke daad op zijn geweten heeft?
Hoe komt deze groep leerlingen de bus ongeschonden uit? Overleven zij het of
wordt een dergelijke aanslag werkelijkheid?
Het boek is makkelijk en
simpel geschreven, maar staat niet in chronologische volgorde. Mous maakt
gebruik van heden en verleden en diept in de korte hoofdstukken verschillende
personages uit. De stereotype leerlingen zoals de nerd, de moslim, het verwende
meisje, haar beste vriendin en de pester krijgen een achtergrond en daardoor
ook een motief om de bommenlegger te kunnen zijn. Het verhaal is zo geschreven dat je graag
verder wilt lezen en erachter wilt komen wie de dader is.
Waar Mous de plank misslaat, is
het onvoldoende uitdiepen van de emoties van de verschillende personages. Met
name op de momenten dat zij in de bus zitten en ontdekken dat er een bom verstopt
ligt. De buschauffeur maakt bijvoorbeeld nog een grapje nadat een DVD met
dreigfilm is afgespeeld: ‘kennen jullie
de mop van die klas die op werkweek ging? Vraagt de chauffeur. Niemand antwoordt.
Ze gingen niet.’ (blz. 26) Een erg flauwe en reactie en doet wat mij
betreft afbreuk aan de geloofwaardigheid van het boek. Emoties worden niet
voldoende herkent door de lezer. Ik krijg niet het gevoel dat er erg veel angst
in de bus is. Erg veel medelijden krijg je dus niet met de leerlingen in de bus,
ondanks dat er een vreselijke gebeurtenis gaande is.
