dinsdag 25 september 2018

Filmrecensie van 'Kappen', van Tessa Schram door René Grommen

"Kappen" is een film van Tessa Schram uit 2016 naar het gelijknamige jeugdboek van Carry Slee. De belangrijkste rollen zijn in handen van Tonko Bossen (Sander), Joes Brauers (Chris), Timo Wils (Maarten), Tobias Kersloot (Emiel) en Bente Fokkens (Indra).

Sander, Chris en Maarten zijn van jongs af aan bevriend en spelen samen in hetzelfde voetbalteam. Wanneer ze naar de middelbare school gaan groeien ze langzaam uit elkaar. Chris en Maarten komen namelijk bij Emiel in de klas en raken bevriend. Emiel is echter geen frisse jongen. Samen met Chris, en in mindere mate Maarten, belanden ze in de criminaliteit. Dit leidt uiteindelijk tot diefstal en een mishandeling van een omstander door de tot op het bot gefrustreerde Chris. Sander is hier getuige van en dreigt naar de politie te stappen. Hierop dreigt Emiel Indra wat aan te doen en Sander op te laten draaien voor de mishandeling. Dit leidt er toe dat de politie Sander uiteindelijk ook verdenkt. Na een achtervolging en ontvoering van Indra komt Chris tot inkeer en geeft zichzelf aan bij de politie.

"Kappen" is een meeslepende en aangrijpende film waar veel in gebeurt. Het tempo van de gebeurtenissen is hoog. Door de scenes met de berovingen, achtervolgingen en de ontvoering is de film ook erg spannend. Dit wordt versterkt door de muziek onder de scenes. Deze is nooit overheersend maar versterkt wel de sfeer en de spanning. De film is in evenwicht omdat de film behalve de spannende verhaallijn ook de verhaallijn van vriendschap en liefde heeft. Dit zorgt voor een evenwichtig verhaal waarin niet een thema de overhand heeft. Door het wisselen van deze verhaallijnen blijft de film ook boeien. Het einde van de film vind ik wel wat afgezaagd en weinig origineel. Natuurlijk is het mooi om te zien dat de oude vriendschap alles overwint, maar de scene waarin Chris heel vrolijk een taakstraf doet in een revalidatiecentrum en Emiel wordt afgevoerd naar een donkere cel vind ik wel wat veel van het goede. Natuurlijk zijn er ook scenes die wel tot de verbeelding spraken en overtuigend waren. Dit zijn naar mijn mening vooral de scenes met Emiel, die erg geloofwaardig overkomt. Zeker wanneer hij Sander even uitlegt hoe hij de schuld kan krijgen van de mishandeling.

Het belangrijkste onderwerp in de film is vriendschap. Volgens Coillie zijn de belangrijkste thema's voor kinderen van 12+ vriendschap en avontuur. Dit komt in de film duidelijk tot uiting. De veranderende vriendschap tussen Sander, Maarten en Chris maar ook de problemen tussen Heike en Indra komen aan bod. Door de criminele scenes zit er ook een zekere vorm van avontuur in de film. Daardoor is de film uitermate geschikt voor kinderen van 12+ en erg leuk om te gebruiken in het fictieonderwijs.

Jaren terug heb ik het boek gelezen. Wat me opviel is dat de personages in het boek een stuk ouder zijn dan in de film. Sterk aan de film vind ik dat het personage van Chris uitvoeriger is uitgewerkt. Je komt echt wat te weten over zijn problemen en daardoor is zijn gedrag en frustratie beter te begrijpen. De personages van Sander en Maarten zijn daarentegen minder uitgewerkt. Van Maarten kom je, behalve dat het een meeloper is, eigenlijk niks te weten.
Al met al is het een film die zeker aan te raden is. Door de thema's vriendschap en criminaliteit zal de film zeker aanslaan bij kinderen van 12+.

Reactie op recensie 'Kamp in de jungle', van Tom Verhaegh, door René Grommen

Pool, J. (2010). Kamp in de jungle. Amsterdam: Leopold.



Tom schrijft in zijn recensie over "Kamp in de jungle" dat hij vindt dat het boek meer geschikt is als adolescentie-  dan als jeugdboek. Hij ziet het boek meer voor kinderen van 15+ dan voor kinderen van 12+.  Ik ben het hier niet mee eens. Wanneer we de literatuur van Coillie erbij pakken zien we dat kinderen van een jaar of 12 erg geïnteresseerd zijn in avonturenboeken. "Kamp in de jungle" is bij uitstek een avonturenboek. Het gaat immers over de spannende en onrechtvaardige dingen die een jongen meemaakt in een gevangenkamp in de jungle. Daarnaast zien we in de literatuur terug dat kinderen van 12 jaar belangstelling krijgen voor het heden en verleden. Daarom is de leeftijd 11 t/m 14 dé leeftijd voor het historische verhaal. Dit komt in "Kamp in de jungle" duidelijk naar voren. Het boek speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Onder sommige pagina's worden ter verduidelijking zelfs historische feiten geplaatst. Zie bijvoorbeeld op blz. 19. Onder aan de pagina wordt het verschil uitgelegd tussen de NSB en de Indische NSB. Op deze manier is er veel aandacht voor de tijd waarin het verhaal zich afspeelt.


Recensie 'Password' van Mirjam Mous (2012, Van Holkema & Warendorf)



Mick vindt Jerro op een dag bewusteloos op zijn bed. Vanaf dat moment wordt het leven van de twee totaal anders. Als Mick Jerro wil opzoeken in het ziekenhuis, blijkt Jerro daar niet te zijn. De volgende dag ligt Jerro er plotseling wel, maar hij gedraagt zich vanaf dat moment wel heel erg vreemd. Langzamerhand komt Mick erachter dat er iets vreemds aan de hand is met Jerro. Uiteindelijk blijkt dat Jerro is omgewisseld met een tot nu toe onbekende tweelingbroer, genaamd Stefan. In een geheim laboratorium zijn vroeger experimenten gedaan met eicellen, waardoor er een tweelingbroer van Jerro rondloopt. Stefan werkt voor Dexter, een harde crimineel met een ijzingwekkend plan. Dexter heeft hem veel geld beloofd als hij meewerkt aan het boosaardige plan van Dexter. Stefan ziet niet in dat het een gevaarlijke onderneming is, omdat Dexter veel belangrijke informatie voor hem achterhoudt. Jerro wordt in tussentijd vastgehouden in een huis elders. Langzamerhand  wordt alles duidelijk voor Mick. Na spionageactiviteiten en een barre zoektocht bevrijdt Mick zijn vriend en gaan ze naar het huis van Jerro. Daar vertellen ze iedereen wat er gebeurd is. Uiteindelijk mondt het verhaal uit in een spannende ontknoping waarin het geheime  ‘password’ tussen Jerro en Mick een belangrijke rol speelt. Dexter weet helaas te vluchten, maar ook hij komt er uiteindelijk achter: Het is ‘GAME OVER’ voor hem!

Het boek is opgebouwd uit zeer herkenbare hoofdstukken en is opgedeeld in 6 delen. Iedere deel vertegenwoordigt een persoon en vertelt het verhaal en het aandeel van die persoon in dit verhaal, bekeken vanuit het perspectief van die persoon. Aanvankelijk is het niet heel transparant, maar naarmate je meer delen leest, wordt het verhaal steeds duidelijker. Het werkt prima om op die manier de spanning op te bouwen, echter is het bij vlagen langdradig en is de spanning soms niet echt aanwezig.

Hoewel het boek best spannend is, is de geloofwaardigheid zeer in twijfel te trekken. Mick, een lijvige en daardoor gepeste jongen raakt plotseling dik bevriend met een zeer rijke, enigszins op zichzelf gerichte en eigenzinnige jongen genaamd Jerro. Hoewel dit een mooi gegeven is, vraag ik mij af of dit in de werkelijkheid vaak voorkomt. Hoewel er vast diverse rijke jongeren zijn die zich in een situatie zoals die van Jerro bevinden, vraag ik mij af of de gemiddelde lezer zich hiermee kan identificeren. Ik kan me voorstellen dat door deze afstand de lezer wellicht wat afdwaalt. Ik vermoed dat er wel diverse lezers zijn die zich met Mick kunnen identificeren. Zijn voorkomen en problematiek zal meer mensen aanspreken. Jammer dat zijn situatie en persoonlijke problemen niet wat verder worden uitgebouwd in het verhaal.

Het boek leest lekker weg, Mirjam Mous gebruikt geen overdreven ingewikkelde constructies of termen en schrijft heel transparant en herkenbaar. Nadeel hiervan is – en dat is erg jammer – dat het boek daardoor erg voorspelbaar is. Er zitten niet heel erg verrassende plotwendingen in of onvoorziene gebeurtenissen. Het geheel is behoorlijk voorspelbaar en daardoor wordt de spanning niet echt opgevoerd. Wellicht zou Mirjam Mous het geheel, door wellicht juist dingen weg te laten, nog wat spannender kunnen maken. ‘Less is more’ heet dat dan. Er moet ook iets te verbeelden blijven…

Dit boek is zeker geschikt voor 12 tot 15-jarigen en wellicht vlotte jongere lezers. Voor oudere jongeren zou ik dit boek niet aanraden. Die willen toch wat meer complexiteit, onverwachte verhaallijnen en onderwerpen die meer aanspreken. Mirjam Mous is een 55-jarige jeugdboekenschrijfster met een onderwijsachtergrond. Ze heeft al diverse bekende titels op naam staan.

maandag 24 september 2018

Recensie van Haar naam was Sarah, Tatiana de Rosnay door Chantal Aarts

Tatiana de Rosnay,  2007, Haar naam was Sarah, Artemis & co, Amsterdam


Samenvatting
De tienjarige Joodse Sarah wordt in de nacht  van 16 juli 1942 samen met haar ouders opgepakt en naar Vel d'Hiv (Parijs) gebracht. Kort voordat ze opgepakt waren heeft Sarah haar broertje Michel opgesloten in een kast met de belofte hem heel snel te bevrijden. De sleutel van de kast heeft ze bij zich. Deze belofte kan ze echter niet nakomen omdat iedereen afgevoerd wordt naar een concentratiekamp. Uiteindelijk ontsnapt Sarah samen met Rachel (een meisje dat ze heeft leren kennen) uit het kamp. De twee worden naderhand geholpen door een bejaard boerenechtpaar. Sarah gaat met het oude echtpaar naar Parijs en in haar oorspronkelijke appartement doet ze een afgrijselijke ontdekking.
Julia Jarmond, een Amerikaanse journaliste die getrouwd is met de Franse Bernard Tézac, krijgt de opdracht om over de razzia van Vélodrome d'Hiver te schrijven. Bij het zoeken in de archieven hierover ontdekt Julia een geheim van haar schoonfamilie. Bertrand probeert Julia ervan te weerhouden dit uit te zoeken. Julia is vastbesloten om alles met betrekking tot Sarah te weten te komen. Dit zorgt uiteindelijk voor een verrassende wending.



Afbeeldingsresultaat voor haar naam was sarahWaardeoordeel
Wauw, wat een boek! Een om niet weg te leggen.
Het verhaal is, zoals Tatiana de Rosnay aangeeft, deels fictief, de personages zijn verzonnen. De gebeurtenissen die beschreven worden (o.a. razzia van het Vélodrome d'Hiver in Parijs) in de zomer van 1942 zijn helaas wel echt.

Recensie van 'Schuld' van Anne-Rose Hermer, door Martijn Mooij

Hermer, Anne-Rose (2011). Schuld. Amsterdam, Uitgeverij Eenvoudig Communiceren.

‘Schuld’ van Anne-Rose Hermer is een typerend verhaal voor jongeren vanaf 15 jaar, geschreven in eenvoudige taal voor jongeren die moeite hebben met lezen.

Als de 17-jarige John een scooterongeluk krijgt bij de schoenenwinkel van Osman, beginnen zijn problemen met geld. Hij moet de eigenaar van de schoenenwinkel 2000 euro betalen en daarnaast is zijn scooter kapot. Hij heeft echter geen opleiding en werk. Natuurlijk zoekt hij een baantje, maar al snel ontdekt hij dat er nog meer manieren zijn om aan geld te komen. Zijn schuld neemt echter ook toe…

De keuze voor dit boek lijkt al snel gemaakt voor de 15-jarige scholier. Het is lekker dun (104 blz.), de zinnen zijn kort en het verhaal leest makkelijk weg. Bovendien is het een heel herkenbaar boek voor jongeren van deze leeftijd. Zo heeft John een mp3-speler, is kleding erg belangrijk voor hem en probeert hij geld te verdienen met een bijbaantje. Daarnaast zijn vrienden erg belangrijk voor hem en heeft hij een rolmodel: Enzio, die op een dure scooter rijdt, dure kleren draagt en gouden kettingen heeft. Niet alleen John, maar ook zijn vrienden Manuel en Kevin bewonderen hem.

Persoonlijk vind ik de verhaallijn te eenvoudig, en de zinnen erg kort. Hoewel het geschreven is voor 15-jarigen en de personen in het verhaal ook in deze leeftijdsfase zitten, doet de schrijfstijl me meer denken aan een boek voor kinderen van de basisschool. Mijns inziens kan iemand van deze leeftijd meer aan, zelfs als deze moeite heeft met lezen. Het thema ‘schuld’ had dan ook complexer uitgewerkt kunnen worden, samen met alle psychologische dilemma’s die hierbij een rol kunnen spelen. Dit alles komt wel aan bod, maar op een erg eenvoudige wijze.

De opzet van de schrijfster met dit boek is ongetwijfeld om jongeren met problemen aan het denken te zetten. In zekere zin is dit gelukt. Je volgt van bladzijde tot bladzijde de persoonlijke en morele ontwikkeling van John die stukje bij beetje wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn geldschuld en geleidelijk aan leert hij hoe hij hier verantwoordelijker mee om kan gaan. Zo leer je hem eerst kennen als een jongen die het al snel opgeeft bij tegenslagen (bijvoorbeeld met zijn bijbaantje) en vervolgens leer je hem kennen als een naïeve jongen die zich onbewust inlaat met onbetrouwbare geldschieters (‘runners’) en die in elkaar wordt geslagen als hij zijn geld komt terugbrengen. Op het einde van het boek is hij echter een jongen die door hard werken zijn schuld wil afbetalen, waarmee de auteur duidelijk lijkt te willen maken dat hard werken beloond wordt.

Toch kun je je kunt je afvragen of de auteur niet haar doel voorbijschiet. Het verhaal bevestigt namelijk vooral het stereotiepe beeld van een luie Antilliaanse jongen met geldschulden en criminele vrienden. Dit komt mede doordat de schrijfster teveel jongerenkwesties bij één persoon legt, alsof alle jongeren van deze leeftijd dezelfde ding meemaken. Achtereenvolgens, in nog geen 100 bladzijden, lees je dat hij onverantwoordelijk met geld omgaat, verkeerde vrienden heeft, dure kleren koopt, geld gaat lenen bij onbetrouwbare instanties, met verkeerde types in aanraking komt, werk zoekt en weer kwijtraakt, leert plannen met een agenda, een vriendin krijgt, en ga zo maar door. Dit zijn weliswaar herkenbare zaken in algemene zin, maar de schrijfster lijkt hiermee te generaliseren, zeker gezien het feit dat zijn vrienden niet anders zijn dan hij.

Hoewel het boek leerzaam kan zijn voor jongeren, vind ik de toon hiervan soms wat te overheersend en te moraliserend. Zo wordt een begrip als ‘premie’ voor een verzekering op een wel erg overdreven manier uitgelegd, alsof John weinig snapt: “John snapt het niet goed. Zijn vader legt het uit. ‘Voor een verzekering moet je betalen. Dat heet premie. Ik krijg ieder jaar een rekening van de verzekering. Dat is de premie voor het hele jaar. Als je die niet betaalt, dan ben je niet verzekerd.” (p. 15). Op een andere plek wordt er verteld dat bellen naar de Antillen extra belkosten met zich meebrengt, alsof iemand van 15 jaar dat niet zou beseffen. En als John zijn moeder vertelt dat hij naar het Jongerenloket gaat, zegt zij op een belerende manier: “Jij bent nu goed bezig. Je deed niets, John. Helemaal niets. Daarom heb ik je het huis uitgezet. Ik houd heel veel van je, John. Ik vond het vreselijk moeilijk om je weg te sturen. Maar er moest iets gebeuren. Begrijp je nu waarom ik het gedaan heb? Je kunt toch niet de rest van je leven de halve dag op bed liggen?” (p. 81). Deze moraliserende toon herhaalt zich meerdere keren door het verhaal heen als andere mensen John een raad geven.

Tenslotte vind ik het einde van het boek erg abrupt. De bijkomstigheid van een vriendin lijkt nog snel even aan het verhaal te zijn toegevoegd. Er is dan ook geen duidelijk einde, behalve dan dat John geleerd heeft met zijn schulden om te gaan. De schrijfster lijkt haar punt bereikt te hebben en het daarbij te willen laten.

Kortom, het boek zou ik niet direct aanbevelen voor gebruik op school vanwege het niveau, de (te) eenvoudige schrijfstijl en de weinig vernieuwende opzet. Ook jongeren die moeite hebben met lezen zouden in literair opzicht meer mogen verwachten.


recensie poëziebundel Toon Tellegen - daar zijn woorden voor - Milou Visser 1A


Tellegen, T. (2007). Daar zijn woorden voor. Uitgeverij Rainbow bv: Amsterdam.


Toon Tellegen, een ware woordkunstenaar, heeft deze poëziebundel opgezet met keuzes uit eigen werk. Een goedgevulde bundel met korte teksten. Het boek is stevig en door de korte teksten lees je makkelijk door de bundel heen. Dat is fijn, want sommige gedichten zijn in mijn ogen zo vreemd geschreven, dat ik het soms nodig vind om teksten nogmaals te lezen. Veel teksten kunnen geïnterpreteerd worden zo de lezer dat wil. Dat is het mooie van de dichten van Tellegen. Ik lees veel metaforen, veel gekke, niet herkenbare poëzie en proza en dat maakt het een heel bijzonder om te lezen. Iets wat ik een jeugdige leerling toch niet snel zie doen.  

In sommige gedichten ontbreekt de rijm en zit er niet veel ritme in. Toch zijn de gedichten fijn om te lezen, en dat doe ik dan graag achter elkaar. Het blijven lezen, en teruglezen van gedichten zullen een verband hebben met dat de gedichten veelal absurdistisch beschreven staan. De woorden lijken door Tellegen menselijke aspecten te krijgen en het feit dat niet alles rijmt, maakt het nog gekker. Maar hoe gekker hoe beter, en daarin is Toon Tellegen een absolute icoon.

Hij dicht over thema’s als het leven en de dood, maakt heftige maar korte teksten over het vechten met een engel, muren die klagen, woorden die op elkaars schouders klimmen en kunnen communiceren… ‘Woorden kunnen dingen eten.’ Blz. 146. Je kunt je er nauwelijks een voorstelling van maken. En wat ik me direct afvraag is: wat zou hij bedoelen met dit gedicht? Na het boek nog een keer door gebladerd te hebben, lees ik op de eerste bladzijde (de inleiding) het volgende: ‘de poëzie van Tellegen is hartverwarmend en troostrijk. Hij benadert woorden alsof het mensen zijn. Gelukkig makend. NRC Handelsblad’. Exact wat ik zocht, hij benadert woorden inderdaad alsof het mensen zijn.    
NEE
Nee was een klein woord.
Een onbeduidend woord.
Het luisterde naar de grote woorden:
Ja, en Wij en Altijd.
Het bestudeerde kruimels van hun gedachten,
Die zij van hun tafel lieten vallen.
Het was geen dom woord.
Op een dag kroop het naar de keuken,
Klom op het aanrecht,
Greep een mes en at het op.
(woorden kunnen dingen eten.)
Het was nog steeds geen onbeduidend woord – dat nooit meer –
En het ging terug naar de kamer,
Zat onder de tafel
En luisterde. (blz. 146)
Een voor mij vrij nieuwe manier van lezen, want een dergelijke bundel las ik tot op heden niet zoals je een boek zou kunnen lezen. Een bundel las ik niet, daar haalde ik een mooi gedicht uit. En dat is iets wat ik studenten ook niet snel zie doen. Zelf geef ik les aan studenten MBO niveau 2, en wat te abstract is, wordt niet snel begrepen. Studenten van de niveaus waar theoretischer te werk wordt gegaan, zie ik dit wel gebruiken. Er zijn weinig toegankelijke teksten voor de jeugdige lezer en weinig herkenning uit de poëzie. De leerling die echt geïnteresseerd is in poëzie, zal beter in staat zijn om wat langer na te denken over de manier waarop Tellegen schrijft. Vooral het gedicht op blz. 157 is, in tegenstelling tot veel andere teksten, erg toepasselijk voor een leerling.
IK: ik weet het: het zou het mooiste zijn
Als ik onvindbaar was
En altijd maar mijzelf bleef zoeken
Hoe interessant zou dat niet zijn!
Meer ik ben zó vindbaar…
Zó voor het oprapen…

Doe het licht uit, struikel over mij! (blz. 157)

Welke leerling zou niet onzichtbaar willen zijn? Denkend dat de hele wereld naar hem/haar staart.
En zo graag zouden zij zich willen profileren, maar het liefst met een groep andere en tja, dan ben je toch wel heel vindbaar…? Iets wat je aan het denken zet, en mij als docent zeker. Misschien ligt er wel een taak voor ons als docent, want poëzie is toch eigenlijk veel te mooi om niet te lezen?  

Milou Visser.

Recensie: Vals van Mel Wallis de Vries door Suzanne de Jong

Samenvatting
Vier vriendinnen (Kim, Feline, Abby en Pippa) gaan in de kerstvakantie samen naar een huisje in de Ardennen, ze zitten met ieder hun eigen sores bij elkaar op de lip en alle gesprekken eindigen min of meer in ruzietjes. Na een van de ruzietjes verdwijnt Kim, ze gaan naar haar op zoek, maar een smsje met de mededeling; 'ik ben naar Amsterdam' maakt een einde aan de zoektocht. Een dag later is ook Feline verdwenen, ze gaan weer op zoek, maar ze stuiten al snel op sporen van een ongenode gast. Wat nu? Ze zijn ingesneeuwd, het dorp is op een paar kilometer afstand en ze hebben geen elektra en mobiel netwerk. De angst neemt toe en de spanning is tot het einde toe om te snijden.

Waardeoordeel
Mel Wallis de Vries maakt gebruik van een meervoudige vertelsituatie ofwel er wordt van ik-persoon gewisseld. Het boek start met Kim, gevolgd door Feline dan komt Abby aan het woord en Pippa sluit het verhaal af. We hebben te maken met een grote diversiteit aan rollen namelijk de rol van underdog, populair meisje, meeloper en modepopje. Deze verschillende typeringen van de hoofdrolspelers zorgen ervoor dat de meeste lezers zich wel met iemand kunnen identificeren. Wallis de Vries maakt in haar werk veel gebruik van het schrijven vanuit de persoon, diverse verhaallijnen en complexe structuren.

Het is overduidelijk een verzonnen verhaal, maar de onderwerpen als scheiding, jaloezie, onzekerheid, vriendschap en liefde worden mooi weggezet. Mel beschrijft wel goed hoe pubers in werkelijkheid met deze situaties en gevoelens omgaan. 'De tijd van de brugklas is voorbij, zegt ze afstandelijk.'- pag. 89 gaat over de bekoelde vriendschap tussen Abby en Feline, want Abby trekt ineens naar de stoere Pippa toe. Vriendschappen wisselen in deze leeftijdsfase volop, liefdes liggen op de loer en jaloezie komt daar eigenlijk altijd wel bij kijken. Wallis de Vries neemt deze en andere ontwikkelingen horende bij de leeftijdsfase mee in haar thriller.

Er is sprake van een horrorlaag, maar de spanning is niet te groot, waardoor we kunnen spreken over een echte meisjes thriller. Wallis de Vries zet meestal spannender werk neer. Angst speelt als emotie uiteraard wel een belangrijke rol zoals bij de verdwijning van Kim en Feline. 'Kim? Ik vind dit niet leuk meer. Kom alsjeblieft te voorschijn.' - pag.100 en 'Soms denk ik dat ik haar zie in een schaduw die in de tuin beweegt.' - pag. 181. De spanning blijft wel van het begin tot het einde in stand, het verhaal blijft bij je en het einde is gelukkig wel verrassend en absoluut onvoorspelbaar. 

De structuur met een proloog, vertelsituatie vanuit verschillende oogpunten en een epiloog, zorgt voor een grote betrokkenheid. De proloog neemt je mee het verhaal in, je zit bij elke personage opnieuw weer midden in haar verhaal en de epiloog maakt het verhaal echt af. Fijn om nog even te lezen, waar iedereen is na het weekje Ardenne.

Het boek leest door simpel taalgebruik, een lekkere schrijfstijl en een fijne bladspiegel heerlijk weg. Zeer geschikte lectuur voor een avondje spanning.
 
Tot slot...
Het is een young adultboek en ik zou zeggen een 15+ boek. Het betreft hoofdpersonen op de grens van volwassenheid, daarnaast spelen psychologie ('Kon ik de kreukels ook maar zo makkelijk uit mijn leven strijken'. - pag. 164), seksualiteit ('Hij ritst zijn spijkerbroek open en drukt zijn stijve tegen mijn been.'- pag. 91 en diepere levensvragen zeker een rol. Het was daarnaast het beste jeugdboek van Nederland in 2012 dus zeker de moeite van het lezen waard.