zaterdag 27 oktober 2018


‘Gruwelijke rijmen’ van Roald Dahl, uitgeverij De Fontijn te Baarn.


Vergeet zoetsappigheid met een randje geweld en neem plaats voor pure zwarte sprookjeshumor van Roald Dahl met een dikke knipoog naar de werkelijkheid. Sommige sprookjes staan er natuurlijk al om bekend dat ze gruwelijkheden bevatten, maar de heer Dahl doet daar nog een dikke schep bovenop. Bekende sprookjes worden in rijmvorm overgoten met een sausje van seksisme (Roodkapje die een revolver uit haar slipje tovert, blz. 24) en zijn doordrenkt van nog bruter geweld (er worden regelmatig zonder pardon koppen gesneld, blz. 4) dan gebruikelijk is in standaard sprookjes. Kortom een zeer gewelddadig maar hilarisch boek tegelijk.




Voor zover het morele kompas, als dat er al is. Daar waar de originele prins in Assepoester toch wel een brave inborst blijkt te zijn, blijkt hij in deze rijmbundel te zijn omgetoverd in een vreselijk monster. Eén die er niet voor terugdeinst zonder pardon koppen te laten rollen. Zeker in zijn zoektocht naar de eigenares van het muiltje. Eenmaal aangekomen bij de stiefzussen van Doornroosje verandert de prins in een meedogenloze bruut die in het verhaal transformeert in een bloedbad. Koppen rollen en dat alleen maar omdat hun voorkomen hem niet aanstaat. Assepoester kiest uiteindelijk, na het aanschouwen van deze gruwelijkheden, voor een leventje in de luwte. Zonder prins. Punt. Kort samengevat is niets wat het lijkt in dit boekje. Prinsen zijn meedogenloos, dwergen zijn gokverslaafden en Roodkapje is een levensgevaarlijke dushi die met een pistool in haar slipje rondloopt. Moreel verantwoord? Vast niet, zeker niet voor jonge kinderen, maar wel erg grappig en daarom des te meer geschikt voor oudere kinderen en  jongvolwassenen. Genoeg van die suffe sprookjes? Neem dit boek en niets zal meer hetzelfde zijn…

Of er een boodschap is verwerkt in dit hele verhaal? Vast wel. Wellicht wil Dahl de absurditeit van de maatschappij belichten met zijn gruwelijke rijmen. Sommige gebeurtenissen in het boek echter zijn (zij het in andere bewoordingen) angstvallig herkenbaar in de huidige wereld waarin we leven. Worden we niet dagelijks geconfronteerd met beelden van de meest gruwelijke executies en gewelddadige excessen van eenlingen? Wellicht had Dahl daarin een vooruitziende blik en heeft hij zijn visioenen omgezet in fantastische verhalen. Wie zal het zeggen? De paralellen zijn beangstigend.

Misschien wilde Dahl echter gewoon mensen aan het lachen maken en bedienen met zijn persoonlijk blik op bestaande sprookjes. Ergens denk ik dat hij de huidige sprookjes incompleet vond en dat hij een weg zocht om zijn visie op sprookjes te kunnen ventileren. Hoe je het ook wend of keert, Dahl heeft hiermee een verrassende en humoristische rijmbundel (met een vette knipoog) afgeleverd die je niet licht zult vergeten.

Dahl was een meester in het beeldend schrijven. Hij kon schrijven voor zowel jong als oud. Zijn manier van schrijven was bijzonder: Zijn verhalen voor volwassenen zijn vaak bizar. Zijn verhalen voor kinderen vaak grappig en vreemd. Ook zijn ze onvoorspelbaar, griezelig en af en toe een beetje sadistisch. Gezien het feit dat Dahl één van de meest gelezen auteurs is van de afgelopen decennia kun je concluderen dat hij een  grootmacht is op dit gebied en met deze ‘Gruwelijke Rijmen’ heeft hij met het schrijven van deze rijmbundel een pareltje toegevoegd aan zijn omvangrijk oeuvre. 

vrijdag 26 oktober 2018

Reactie op Suzanne de Jong - Francine Oomen met Afblijven door Milou Visser.


Reactie op de recensie van Suzanne de Jong


 

Oomen, F. Hoe overleef ik mezelf? Amsterdam: E. Querido’s Uitgeverij BV.

 

Waardeoordeel in reactie op Suzanne de Jong:

Bij de recensie van De Jong had ik bij een aantal punten direct een overeenkomst in mening. Zo stelt zij dat Oomen in staat is om de hoofdpersoon zo neer te zetten dat het lijkt alsof het geschreven is door de hoofdpersoon Rosa van Dijk. Het verhaal lijkt echt vertelt te worden vanuit Rosa van Dijk, de veertienjarige puber die van kleine puberproblemen alleen maar grotere problemen maakt.  

 

Persoonlijk mis ik diepgang in het verhaal, maar dat zal liggen aan het feit dat dit overduidelijk een jeugdboek is en dus ook vanuit de puber geschreven is. Het gedrag dat beschreven wordt, is pure pubergedrag wat erg tot de verbeelding spreekt. Met name pubermeisjes zullen dit maar al te graag lezen. Daarin is Francine Oomen zeker geslaagd, ook De Jong beschrijft dit in haar slot en daarin kan haar mening zeker delen.

 

De Jong schrijft dat de problemen zich in een hoog tempo opvolgen en daar ben ik het helemaal mee eens. Rosa, het meisje waar dit verhaal om draait, gaat de ene dag graffiti spuiten en besluit de volgende dag een piercing te nemen. Alsof dat nog niet genoeg is begint ze geld te stelen om de materialen voor het graffiti spuiten te kunnen betalen. En zo holt Oomen maar door in het beschrijven van puberproblemen. Moeder boos, stiefvader over de toeren, problemen op school, alles is uit de hoge hoed getoverd en dat is voor mij als volwassene niet echt realistisch te noemen.

 

Waar De Jong en ik van mening verschillen is hoe de rollen in het boek worden neergezet. Ik ben zelf van mening dat sommige situaties echt niet realistisch beschreven zijn. Zo is te lezen in de volgende passage dat Rosa goedkeuring krijgt van haar tekendocent om graffiti te spuiten en is zelfs bereid haar les te geven.

‘De leraar bladert met aandacht door haar schetsboek heen. Hij stop even bij de graffitischetsen. Erg goed, deze ontwerpen.’ (Blz. 66)

‘Je moet hiermee doorgaan, hoor. Meyer wijst naar het tekenblok. Je hebt talent. Zit je op tekenles? Rosa doet haar tekenblok dicht en stopt het in haar rugzak, ‘nee’. Zou je dat willen? Als je dat wil kan ik je lesgeven’ (blz. 67).   

De docent die anno 2018 een puber de goedkeuring geeft iets te doen wat niet mag en daar zelf vol lof over spreekt zou zelfs strafbaar kunnen zijn, evenals de puber die spullen van een ander volkladt. Dat is wat mij betreft volkomen ongeloofwaardig en daarin mist het boek de diepte. Pubers zouden er echter van smullen…

 

Als ik kijk naar de leesfasen dan past het ook echt bij de puber: een jonge hoofdpersoon op zoek naar zichzelf, vriendinnen spelen een belangrijke rol en er is absoluut aandacht voor spanning. Dat slaat in dit verhaal de spijker op zijn kop.

 

Als laatste lees ik dat De Jong aangeeft dat e-mails die tussen de verschillende personages geschreven worden niet meer van deze tijd zijn. Dat kan ik beamen want studenten mailen niet, maar snapchatten of appen tegenwoordig met elkaar. Wellicht is het een goed idee dat Oomen dit verhaal eens moet “pimpen”? Hoe overleef ik mezelf anno 2018? Hoe dan ook, het boek blijft interessant voor een puber!

 

Milou Visser.

Reactie op Stef Hummelink: Afblijven! - Carry Slee - door Milou Visser


Reactie op Stef Hummelink – recensie: Afblijven – Carry Slee

 


Slee, C. (1996). Afblijven. Pimento: Amsterdam.

 

In de recensie van Stef Hummelink staat een duidelijke boodschap centraal: ‘het is een grote waarschuwing voor de jeugd’. En daar ben ik het helemaal mee eens. Dit boek stelt zowel de doelgroep als de opvoeder in staat om een taboe te doorbreken en het gesprek over het gebruik van drugs aan te gaan. Een belangrijke boodschap die mij raakt als docent want sinds mijn taak als slb’er moet ik dat gesprek soms ook aan, en als beginnende slb’er is dat soms erg spannend. Zeker drie studenten in mijn slb-klas gebruiken momenteel drugs, en dat zorgt voor veel problemen thuis en op school. Dit verhaal kan voor mij zelfs een handreiking zijn om ook dat gesprek opnieuw aan te gaan. Het stelt mij in staat te begrijpen wat de gedachtegang van een puber is, en waarom zij niet in staat zijn van drugs af te blijven. Wat hen triggert, welke problemen ervoor zorgen en waarom ze zover doorgaan met het gebruik van drugs.

 

Hummelink beschrijft in zijn recensie over de manier waarop gesprekken tussen pubers verlopen. Ook dit kan ik beamen. Tenenkrommend hoe dergelijke gesprekken gevoerd worden, en ook dat is voor mij als dertigjarige docent Nederlands complexe kost om te lezen. Niet omdat het zo moeilijk is, maar wel moeilijk te begrijpen. Ze zetten zichzelf in de picture, ook al is dat de laatste plek waar ze gevonden willen worden. Dat puberbrein is een complex ding, ook al dachten wij dertigers vijftien jaar geleden op precies dezelfde wijze… Wat mooi dat identiteitsontwikkeling plaats vindt en we later onze gedachtes kunnen weerleggen, beter nadenken over de gevolgen van bepaalde keuzes, en zeker als docent valt er veel te leren over deze ontwikkeling. Ook als het fictief, zo werkt het in de ‘echte wereld’ ook.  

 

De realiteit van het verhaal geeft mij niet het gevoel dat het boek al tijden geleden geschreven is. Zoals Hummelink ook in zijn recensie stelt, is dat ondanks dat er gesproken wordt over guldens, dit verhaal een tijdloos karakter heeft. Hij verwoordt perfect hoe tijdloos dit verhaal is, en daar kan ik alleen maar achter staan.

 

In de volgende passage wordt nog eens duidelijk hoe de buitenwereld lijdt onder het de ongrijpbare verslaving van drugs:

Jordi is bij Melissa op bezoek geweest, maar komt erachter dat ook nadat ze opgenomen is geweest, niet thuis is en dat zorgt voor blinde paniek bij hem, en haar moeder. ‘Jij hebt alles gedaan wat je kon Jordi, je bent een fantastische vriend voor Melissa geweest.’ (Blz. 157) Als je verder leest kom je erachter dat vertrouwen grote schade heeft aangericht, en dat er niets aan de hand was. Een belangrijke boodschap die de lezer de intentie geeft ook over eigen keuzes goed na te denken. Een levensechte en realistische situatie die mij zelfs een benauwd gevoel gaf tijdens het lezen.

 

Mijn laatste ode aan zo goed beknopt geschreven recensie van Hummelink: ik kan volledig achter zijn mening staan, deel deze mening absoluut en zal bij leesonderwijs tijdens mijn lessen Nederlands én als studieloopbaanbegeleider, zeker teruggrijpen naar dit verhaal.


 

Milou Visser.

Filmrecensie van 'Achtste-groepers huilen niet', van Dennis Bots door Stef Hummelink


Titel: Achtste-groepers huilen niet
Regisseur: Dennis Bots
Acteurs: Hanna Obbeek, Nils Verkooijen, Fiona Livingston, Bram Flick, Amin Belyandouz, Eva van der Gucht, Johanna ter Steege, Reinout Bussemaker, Loek Peters, Chrisje Comvalius en Xander Straat.
Jaar van verschijning: 2012
Titel jeugdboek: Achtste-groepers huilen niet. Uitgegeven in 1999. Geschreven door Jacques Vriens. 

Als Akkie in groep 8 zit, wordt er bij haar leukemie geconstateerd. In het ziekenhuis wordt ze behandeld door Dokter Snor. Ze wil snel beter worden, want Akkie wil meedoen aan het voetbaltoernooi. Wat zij dan nog niet weet, en de klas ook niet, is dat ze het voetbaltoernooi niet gaat redden. De leukemie wint de strijd. De klas strijdt voor Akkie verder en wint het eindtoernooi onder de naam FC Akkie. 

filmrecensie Kruistocht in spijkerbroek - Milou Visser 1A


Filmrecensie


Kruistocht in Spijkerbroek

Regisseur van de film: Ben Sombogaart

Jaar: 2006

Titel van het jeugdboek: Kruistocht in Spijkerbroek

Auteur: Thea Beckman

 

Acteurs:
Naam in de film:
Soort rol:
Johnny Flynn
Dolf Vega
Hoofdpersoon/ held
Stephanie Leonidas
Jenne
Vriendinnetje van Dolf
Emily Watson
Mary Vega
Moeder Dolf en uitvinder van de tijdmachine
Michael Culkin
Anselmus
De monnik die kinderen wil verkopen aan de slavendrijvers
 

Samenvatting:

‘Kruistocht in Spijkerbroek’ vertelt over de vijftienjarige jongen Dolf die via een tijdreismachine per ongeluk in de Middeleeuwen belandt. Dolf speelt in het Nederlands Elftal onder zeventien jaar en als hij een wedstrijd in Spiers verpest besluit hij met de tijdmachine van zijn moeder terug te gaan in de tijd om het probleem op te lossen. Door een fout komt hij in het jaar 1212 terecht, raakt slaags met een aantal schurken en wordt gered door Jenne. Jenne en de kinderen die met haar mee reizen lopen een Kinderkruistocht. Dolf reist met hen mee met de Kinderkruistochten onder leiding van koning Nicholaas en priester Anselmus. Door met de grote groep kinderen mee te reizen hoopt hij een weg terug naar huis te vinden. Hij ontpopt zich als held van de karavaan, redt kinderen en komt erachter waar deze kruistocht daadwerkelijk voor bedoeld is.

 
Persoonlijk waardeoordeel

De film doet niet kinderlijk aan, maar wordt wel gespeeld vanuit het oogpunt van een kind. Ik vind het een spannende film als ik me bedenk welke doelgroep deze film kijkt, maar heeft voor mij persoonlijk weinig diepgang. Het is een oppervlakkig heldenverhaal met veel ruimte voor mysterie en niet geloofwaardige filmscenes. Een puber, zeker de jongens (ik zie het voor me), zullen daar echter van smullen. Dolf ontpopt zich tot held, laat de kijker zien wat je met je kennis allemaal kunt bereiken en bedenkt een waar strijdplan om kinderen te redden. Het sociale aspect komt heel erg naar voren in dit verhaal: één voor allen en allen voor één!

 

Wat deze film er mooi in beeld brengt is de contante strijd tussen religie en het “boerenverstand”. In een scene verdrinkt een jongetje bijna in een rivier. Als Dolf dit ziet bedenkt hij zich geen seconde en springt het water in. Hij zwemt met de jongen naar de kant en begint te reanimeren. Een aantal kinderen van de kruistocht worden boos en denken dat hij ‘de ziel uit het jongetje zuigt’. Als ze zien dat het jongetje weer bijkomt, is de eerste heldendaad verricht en heeft Dolf laten zien dat alleen vertrouwen op God niet altijd werkt. Dit verweeft zich in meerdere scenes in de film, en dat zorgt voor een gewaagde maar realistische kijk op verschillende situaties. Dat is iets wat kinderen waar deze film voor bedoeld is, goed kunnen begrijpen. Ook een volwassene kan op deze manier prima meekijken met de film en zal dan ook niet altijd saai zijn, ondanks dat het een jeugdfilm is.
 

Later komt Dolf erachter dat het geredde jongetje prins Carolus blijkt te zijn. Dolf ziet kinderen sterven van de honger en bedenkt een plan. Door zijn heldendaad zijn de kinderen van adel bereid hem te helpen. Tijdens een van de scenes zie je Dolf een Mars (candybar) delen met een aantal zieke jongetjes. En daar mis ik dan de diepgang. Het lijkt volkomen normaal dat een jongen uit 1212 zich tegoed doet aan chocolade… dat vind ik jammer, want daar mis ik echt de geloofwaardigheid.
 

Een van de laatste scenes vind ik zelf het mooist. Het lukt de moeder van Dolf te achterhalen hoe hij terug kan komen naar zijn eigen wereld in 2006. Als hij de plek vindt wil hij samen met Jenne, wie in het verhaal zijn vriendinnetje geworden is, meereizen in de tijd. Dat mislukt en Dolf komt alleen terug in de tijdmachine. Hij vraagt zijn moeder om een gunst en reist opnieuw terug naar 1212, naar zijn Jenne. En dan komt zijn moeder erachter dat haar zoon ouder wordt, en dat ze zich meer met hem bezig moet houden dan alleen haar werk. Zelf denk ik dat een jeugdige dit helemaal niet zo bekijkt, en daar is het zo leuk dergelijke jeugdfilms ook als volwassene te bekijken. Er kan met verschillende gedachten naar het verhaal van de film gekeken worden en dat maakt het verhaal voor mij verrassend om naar te kijken.
 
De jongen (12 jaar, groep 8) van wie ik de dvd heb geleend vertelde me: ‘je moet het boek gewoon lezen hoor. Veel mooier dan de film’. Nu ik de film gezien heb, geloof ik graag dat een 12-jarige deze Engelstalige film lastig te volgen vindt. Zelf vind ik boeken lezen ook veel leuker, en dat zal ik meenemen in mijn lessen Nederlands. De beleving van een verhaal lezen of kijken is heel anders en dat maakt lezen en je fantasie gebruiken wat mij betreft veel leuker.  
 

Voor fictieonderwijs is dit boek erg geschikt. Een fictief verhaal met problemen uit de maatschappij van hedendag. Een sterke combinatie die zeer bruikbaar is binnen dit onderdeel van Nederlands.

 
Een ding is zeker: het verhaal sluit naadloos aan bij de belevingswereld van de jonge puber, schenkt aandacht aan morele problemen, beschrijft een held middenin een spannend verhaal maar laat ook zien dat deze leeftijd loskomt van ouders, verliefd wordt en op zoek zullen gaan naar zichzelf.

 

 

Erna Sassen - Er is geen vorm waarin ik pas. Young Adult - Milou Visser 1A



 
Sassen, E. Er is geen vorm waarin ik pas. Amsterdam: Uitgeverij Leopold. 

Samenvatting:
Het verhaal gaat over Tessel, een leerling van zeventien jaar uit 5VWO. Tessel is een naïeve puber die behoorlijk in de war is. Ze heeft veel twijfels, rare gedachten en heeft veel obsessies die haar leven turbulent maken. Ze gaat amper nog naar school, spookt ’s overdag rond bij mensen die ze nauwelijks kent en schrijft zo nu en dan muziek, want daar is ze goed in. Ondertussen is muziek haar enige houvast en kan ze haar gedachten kwijt in de songteksten die ze probeert op papier te zetten. Die songteksten moeten liedjes vormen voor een cd zodat ze een bijzonder profielwerkstuk voor haar 5VWO kan neerzetten. Tessel komt echter niet verder dan losse flodders van songteksten. Voordat deze grijze periode aanbreekt, gaat het juist erg goed op school in 4VWO. Ze wordt door haar docent Nederlands P. gevraagd regieassistente te worden bij het schooltoneel. Als ze daar mee aan de slag gaat, raakt ze helemaal in de ban van haar docent P.

Het wordt steeds duidelijker dat Tessel in de war is en steeds opnieuw haar grenzen verlegt om in contact te blijven met haar docent, waar ze haar blinde verliefdheid op inzet. Als hij haar aan de kant zet en vertelt dat het allemaal niets voorstelt, breekt er iets in Tessel. Wordt ze zomaar aan de kant gezet ondanks alles wat ze gedaan heeft voor hem? Ze bedenkt een wraakactie die niet helemaal verloopt zoals ze had verwacht. Toch is dat de manier om verder te kunnen, en met hulp weer door te gaan met háár leven.

 
Persoonlijk waardeoordeel:
Dit moet absoluut gezegd worden: wat een steengoed geschreven verhaal. Alsof het door een puber geschreven is. Het gebruik van eigentijdse woorden, de interpunctie, de manier van taalgebruik en de zwarte humor die de lezer enorm laat lachen om de gedachte van deze zeventienjarige die middels haar songteksten haar ziel aan de lezer blootgeeft. Aan alles is gedacht en dat maakt dit young adult boek er een met een gouden randje.

 

Erna Sassen, voor mij persoonlijk bekend als actrice in de bekende serie Medisch Centrum West, schrijft in dit boek over Tessel. Tessel is een puber die behoorlijk wat problemen met zich mee draagt. Het verhaal speelt zich af in de gedachte van het meisje.  Het is verdeeld in vijf delen die te herkennen zijn aan het ‘to do’ lijst of een lijst met goede voornemens. Elk deel heeft een ander thema en in elk deel worden zaken rondom Tessel verduidelijkt. Dat geeft de lezer zowel vraagtekens als nieuwsgierigheid om verder te lezen. Waarom heeft Tessel bijvoorbeeld zoveel tijd om overdag af te spreken met de volwassen vrouw Evelien? Later in het boek wordt dat duidelijk. Evelien is een rouwende moeder, en zij vertelt aan Tessel: ‘misschien heb jij mijn dode dochter nodig om je eigen verdriet te kunnen verwerken’ (p. 67) Tessel is ook in de rouw, maar dan om haar docent Nederlands die haar aan de kant heeft gezet. Voor elke puber zal die herkenning er zijn: een puber, volwassen aan het worden, met een slecht zelfbeeld die haar eigenwaarde terug probeert te vinden en op zoek is naar haar eigen identiteit. Sassen legt de complexiteit neer in een diepgaand verhaal en weet daarbij toch een goede structuur aan het verhaal te brengen waardoor de lezer geboeid blijft. Opvallend is dat deze structuur van teksten wordt bekrachtigd met songteksten die door Tessel worden geschreven. Deze teksten komen ook terug in het profielwerkstuk dat zij aan het schrijven is.

 
Bijna elke jonge volwassene zal herkennen wat er op de achterzijde van het boek staat. Het leed dat de betweterige volwassene heet: ‘Dat is een van de grootste nadelen van volwassenen: ze denken altijd alles beter te weten dan jijzelf wat er met jou aan de hand is. Daarbij vergeten ze dat tachtig procent van ons leven zich afspeelt buiten hen om. En dat ze dus meestal geen flauw idee hebben.’ (achterzijde boek.) De eerste trigger voor de doelgroep om dit boek te gaan lezen. De manier waarop het boek geschreven is zal echt in de smaak van een puber vallen. Teksten worden afgewisseld met songteksten die Tessel schrijft. Het boek laat de lezer erg duidelijk zien wat perfectionisme met een mens, maar zeker ook met de omgeving kan doen en zet aan tot nadenken. Puberende studenten zullen aangezet worden tot nadenken over hun eigen denkstappen, hun keuzes en welke gevoelens daarbij loskomen. Dat je eigenwaarde eenvoudig aangetast kan worden als je die waarde aan de kant zet voor een ander. Sassen slaagt met vlag en wimpel als ze de intentie heeft de jong volwassene aan het denken te zetten. 
 

Naast het feit dat dit boek recht uit het hart van een puber te lijkt te komen, is het voor een docent Nederlands ook een feest om deze boeken aan te kunnen bieden en is dus uitermate geschikt om in een leeslijst op te nemen!

 
Milou Visser.  

Recensie van 'Waar Ik Naar Verlang Vandaag', van Jan van Coillie en Lieve Lams, door Stef Hummelink

Van Coillie, J., & Lams, L. (2006). Waar ik naar verlang vandaag. Leuven: Davidsfonds Uitgeverij 

De subtitel van de gedichtenbundel luidt: '99 jonge gedichten'. In de recensie op bol.com wordt uitgelegd waar deze subittel vandaan komt: "Deze bloemlezing van Nederlandstalige gedichten van na 1990 profileert zich als 'cross-overpoezie', d.i. 'cross-overliteratuur' in zijn dubbele betekenis: als modieuze term voor adolescentenliteratuur, maar ook literatuur waarmee op een jongeren- en volwassenenpubliek gemikt wordt. Dat brengt een verrassende selectie met zich mee.

In deze recensie neem ik een drietal gedichten die exemplarisch zijn voor deze 'cross-overliteratuur' en geef ik aan waarom ik deze gedichten vind passen bij Young Adult.