dinsdag 2 oktober 2018

Reactie op recensie ‘Test’, van Mirjam Mous, door Karen Langens


Hierbij reageer ik op recensie van Marian van der Velden over het boek Test van Mirjam Mous.



Hierbij reageer ik op recensie van Marian van der Velden over het boek Test van Mirjam Mous. Marian geeft aan dat je als lezer een sympathie voor de hoofdpersoon Elvis ontwikkeld. Hij moet opdrachten uitvoeren die moreel niet verantwoord zijn. Deze sympathiek kon ik ook goed voelen. Dat komt door de manier waarop de tekst geschreven is.Ik maakte een halve draai, waarbij ik de hanenkop zo hard mogelijk tegen de muur aanslingerde. Een doffe ‘kloink’, en ik dacht dat ik botten hoorde kraken. Het geluid was misselijkmakend. Ik walgde van mezelf en kneep mijn ogen dicht. Ik kon niet anders. Het was m’n pa of dat beest (Mous, blz. 112) De personage wordt geloofwaardig en levensecht neergezet. Hierdoor kun je jezelf identificeren met de hoofdpersoon. Ik sluit me aan bij de mening van Marian. 

Recensie van ‘Escape room’ van Maren Stoffels door Marion Bouwens



Stoffels, M. (2017). Escape room. Amsterdam, Nederland: Leopold.



Het verhaal handelt over de vriendschappen en verliefdheden tussen vier jongeren, twee meisjes en twee jongens. Bij twee van hen hebben thuis droevige gebeurtenissen plaatsgevonden. Na het zien van een flyer van een escape room gaan ze er met zijn vieren naar toe. In de escape room wordt het werkelijk heel spannend en gevaarlijk door de handelingen van de werkneemster van de escape room. Dan blijken de persoonlijke geschiedenissen van de jongeren met elkaar verweven te zijn.

Reactie op recensie van René Grommen 'Honderd uur nacht' van Anna Woltz door Tom Verhaegh


Woltz, A. (2014). Honderd uur nacht.  Amsterdam/Antwerpen: Querido

In zijn recensie schrijft René over de geloofwaardigheid van het onderwerp van het boek. René stelt dat het een ongeloofwaardig verhaal is dat een schooldirecteur verliefd wordt op een leerling en haar daarna bijles gaat geven. Ik deel deze mening niet. Elk jaar zijn er gevallen (die ook regelmatig de media halen) van docenten die relaties met (oud-)leerlingen krijgen, dus waarom zou een directeur dit niet kunnen overkomen? Voor de verhaallijn is het ook belangrijk dat het de directeur is. Het geeft het namelijk een extra lading dan wanneer het een docent betreft.
Verder stelt Rene dat het een young adult boek is. Deze mening deel ik volledig. Op pagina 45 staat het volgende geschreven: ‘Dat gaat hem geen ene fuck aan. Waarom zou ik een of andere klootzak vertellen waar mijn moeder woont?’ Dit is een passage waarin de hoofdrolspeler, Emilia, zojuist Jim ontmoet heeft. Op pagina 76 zegt ze zelf: ‘Ze vonden hem een ranzige klootzak. Nou, daar ben ik het mee eens. Maar ze gingen door. Ze zeggen nu dat hij een verkrachter is. Een pedofiel. En de roepen dat hij naar de gevangenis moet’. Al met al kan het taalgebruik erg grof zijn in het boek. Dit past bij de belevingswereld van de young adult lezer, maar niet in een eerder stadium.


Social media en het gebruik hiervan loopt als een rode draad door het boek. Ook dit stelt René. Ik ben dit met hem eens maar wil een ander voorbeeld nemen welke voor mij sprekend was. Pagina 78. Emilia ligt in bed aan denkt aan accountnamen op Twitter die dus anoniem de grofste dingen de wereld in slingeren zonder enige nuance. Dit zijn vandaag de dag zeer herkenbare taferelen, wat op deze pagina erg beeldend wordt neergezet.

Het boek is prettig en overzichtelijk te lezen. Er zijn heel erg veel hoofdstukken die chronologisch voorbij komen. Soms is er een terugblik in het verleden maar dit is dan direct zeer duidelijk.

maandag 1 oktober 2018

Recensie van 'Naar de top' van Dan Gemeinhart, door Marijke de Heer


Recensie van ’Naar de top’(Rotterdam Lemniscaat, 2015) van Dan Gemeinhart, door Marijke de Heer

De berg riep me. Ik moest weglopen. Het moest. En er hoefde niemand mee te gaan. Ik trok de riemen van mijn rugzak strak en hield met mijn voet de hordeur open. ‘Kom, Beau!’riep ik, en mijn stem trilde helemaal niet. Hij klonk sterk, zoals ik me voelde. (p.9)

Dit boek is het debuut van Dan Gemeinhart, een leerkracht op een basisschool in Wenatchee (USA). Vanaf het hierboven geciteerde begin tot het einde: “De berg riep me, schreef ze. Ik moest weglopen. Het moest.”(p.224) lees je dit boek in één adem uit. Het boek verhaalt van een doodzieke jongen, Mark, die in zijn eentje een tocht maakt naar de top van de Mount Rainier, 423 km van zijn woonplaats. Het verhaal over de tocht en alle tegenslagen onderweg wordt afgewisseld met het verhaal van Jessie, zijn beste vriendin, die aanvoelt waar Mark heen is, en verscheurd wordt door angst en twijfel om te vertellen waar Mark waarschijnlijk heen is.

Mark heeft kanker en moet daarom de ene na de andere behandeling ondergaan. Steeds weer hoop dat hij genezen is, steeds weer de teleurstelling als zijn ziekte toch weer de kop opsteekt. Mark heeft zijn grootvader, een bergbeklimmer, beloofd dat hij ééns de top van Mount Rainier zal halen. Dus als er opnieuw slecht nieuws is van de artsen, besluit Mark stilletjes te vertrekken. Onderweg schrijft hij haiku’s, die heel natuurlijk in de tekst vervlochten zijn. "Ook van heel ver weg - kan een vriend je vasthouden - en er voor je zijn." (p.27) Op zijn reis naar de top ontmoet hij veel tegenslag, engelen en demonen, en steeds is er de keus tussen doodgaan of weer verder knokken. Zonder sentimenteel te worden voel je de diepere laag steeds door het verhaal heenprikken.

Jessie heeft het veel lastiger. "Ze had het moeten weten. Of eigenlijk: ze had het geweten. Ze wilde het alleen niet toegeven." (p.91) Zij vermoedt dat Mark naar Mount Rainier is, hij heeft haar immers van de belofte aan zijn grootvader verteld, zoals Mark haar steeds alles verteld heeft. Mark heeft haar gevraagd om zijn geheim niet te verklappen, maar is het wel verantwoord? De weersvooruitzichten zijn slecht, Marks conditie is slecht, zijn ouders maken zich heel erg ongerust, er is zelfs een landelijk opsporingsbericht uitgegaan…

In Nederland krijgen elke week ongeveer tien kinderen de diagnose kanker en elke twee tot drie dagen sterft er in Nederland een kind aan kanker.[i] Dat betekent dat er veel kinderen zijn die er in meerdere of mindere mate met kanker te maken krijgen. Daarom vind ik het goed dat dit heftige onderwerp in een boek ter sprake komt. De schrijver laat je desondanks vergeten, dat het hier gaat om een kind met kanker. Het gaat steeds weer om de tocht van het leven zelf, met alle twijfels, ups en downs die daar bij horen. Ik vind dat dit erg goed verwoord is in dit boek.

Het boek is bedoeld voor jongeren tussen de 12 en 15 jaar. Ik denk dat de jongeren het in één ruk uitlezen, omdat je zo kunt meeleven met Mark en Jessie. De beschrijvingen zijn zo raak neergezet, je ziet het voor je. De afwisseling in perspectief tussen Mark en Jessie geeft het boek nog meer dynamiek en diepgang. Het mooie is, dat dit typografisch in het boek is weergegeven: Mark heeft een ander lettertype dan Jessie, maar ook het begin van elk hoofdstuk (zwart-witte gletsjerspleet) is voor Mark in zwart-wit en voor Jessie in wit-zwart. Daarnaast staat bij elk hoofdstuk van Mark hoeveel kilometer hij nog moet naar de top. Zo kan de lezer heel goed meeleven met de tocht naar de top. Op het einde is het wat fantastisch, als je een beetje ervaring hebt met bergbeklimmen, dan weet je, dat het verhaal niet helemaal realistisch is. Maar ondanks dat, is het een verhaal dat je raakt, zowel jongeren als ouderen. Een absolute aanrader!


[i] https://vokk.nl/index.cfm?category=3

Reactie op recensie 'Latino King', van Bibi Dumon Tak, door Carline Bel


Dumon Tak, B. (2010). Latino King. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers BV

Dit boek, uit de Slash-serie, vertelt het waargebeurde levensverhaal van Castel, een achttienjarige jongen die in aanraking komt met drugssmokkel en daardoor vast komt te zitten in de gevangenis in de Domincaanse Republiek. Ik geef hierbij een reactie op de recensie die Karen geschreven heeft over dit boek.

Zoals Karen in haar recensie aangeeft is het boek makkelijk te lezen door de eenvoudige schrijfwijze. Ik vind dit echter geen pluspunt, omdat het voor mij daardoor een saai verhaal wordt. Het is zo eenvoudig geschreven dat ik snel afgeleid ben en niet helemaal ‘in’ het verhaal kan komen. Ieder hoofdstuk betekent een stukje verder in de tijd. Ik vind het lastig dat deze sprong in de tijd soms een paar uur bevat en soms zelfs weken. Hierdoor is er voor mij geen samenhangend geheel meer.  

Recensie van 'dingen die je niet kunt zeggen' (gedichtenbundel) van Heidi Brabant et al., door Martijn Mooij


Recensie van ‘Dingen die je niet kunt zeggen’

Brabant, Heidi et al. (2008). Dingen die je niet kunt zeggen. Mechelen, Bakermat.

Deze gedichtenbundel uit 2008 bevat een verzameling van 108 gedichten die geschreven zijn door Vlaamse en Nederlandse jongeren. Hierin schrijven zij op eenvoudige wijze over hun gevoelens en ervaringen, zoals pesten, afscheid nemen, boosheid en de dood. Het boek is bedoeld voor mindertalige jongeren om over hun gevoelens na te kunnen denken.

Praktisch gezien is de bundel niet te dik is en ook nog eens leerzaam en origineel, wat jongeren zeker moet aanspreken. Het vierkante formaat is lekker handzaam en bovendien is het geschreven door jongeren, waardoor er aansprekende thema’s van leeftijdgenoten worden gehandeld in een stijl voor jongeren.

De bundel vormt een kleurrijk geheel van treffende, enigszins abstracte illustraties en eenvoudige, korte gedichten in allerlei kleuren. De achtergrond van alle pagina’s is wit, waardoor het geheel rustig oogt. De kleuren, illustraties en de indeling van de bladzijden nodigen enerzijds uit om te lezen en dragen anderzijds ook bij aan de boodschap. Zo hebben de woorden ‘roodgelukkig’, ‘zwartrazend’, ‘zwart’ en ‘rood’ in het gedicht van Benjamin Beirlaen ook echt de kleuren zwart en rood, als er staat: “ik ben roodgelukkig / als ik / met mijn vriend speel / ik ben zwartrazend / want mijn poes is dood / zwart, rood / iedere kleur / één gevoel / maar jij snapt nooit / wat ik bedoel” (p. 19). Aan de zijkant is dan een kattenstaart (in rood en zwart te zien).

Persoonlijk vind ik de eenheid tussen inhoud en vorm op sommige pagina’s erg mooi gedaan. Op pagina 18-19 bijvoorbeeld staan 5 korte gedichten kriskras over twee bladzijden verdeeld. De gedichten op deze bladzijden beschrijven de volgende gevoelens: een swingend gevoel, een blij/goed gevoel, in de wolken zijn, boos zijn als een vulkaan en dromen in de verte. Dit is te zien aan de gedichtjes die ‘swingen’ en zweven op de bladzijden, wat ook zeker uitnodigt om de gedichten te lezen.

Qua stijl en formulering zijn de gedichten allemaal kort en eenvoudig, maar daarin zit juist de zeggingskracht, in het bijzonder voor jongeren van rond de 14 jaar. Er hoeven geen stilistische of inhoudelijke bergen overwonnen te worden om tot de kern te komen. Sommige gedichten springen er echt uit als het gaat om hun emotionele lading en hun verrassende effect. Zo staat er op p. 44 een gedicht van 3 regels met als titel “Ik huil”: “Ik huil / omdat ik / een traan heb”. Eenvoudiger en treffender kan haast niet en is dus ook niet moeilijk te begrijpen. Een ander voorbeeld van een treffend en tegelijkertijd aansprekend gedicht voor jongeren is het gedicht “Waterogen” van Louis Verdussen over scheidende ouders: “ze gingen allebei / een andere kant uit / mijn moeder rechts / mijn vader links / ik / bleef in het midden” (p. 88). Zeker voor jongeren die het moeilijk hebben met hun ouders kan zo’n eenvoudig gedicht zal zo’n gedicht enorm aanspreken.  

Anderzijds bevat de bundel ook gedichten die ik persoonlijk erg simpel en voorspelbaar vond. Denk bijvoorbeeld aan het gedicht “Jood” van Marie Rosmeulen, dat als volgt begint: “hij was jood / hij moest dood. / voor hen niet meer dan een mier / gewoon behandeld als een dier”. Dit vind ik ook gelden voor de illustraties. Hoewel zeker de boodschap ondersteunen, vind ik ze niet altijd mooi en soms te abstract en eenvoudig.

Echter, over het algemeen zijn de jonge dichters er mijns inziens in geslaagd om een mooie verzameling gevoelens van jongeren in woord en beeld weer te geven zodat zij zich ook hierin kunnen herkennen. Het laat vooral de zoektocht naar identiteit en gevoelens zien die bij jongeren belangrijk is. Echt grote, complexe dilemma’s komen echter niet aan de orde en de gevoelens worden voornamelijk vanuit de jongere zelf beschreven, waardoor de bundel vooral geschikt is voor jongeren onder de 15 jaar.

Ook zou dit boek zeker goed gebruikt kunnen worden in de onderbouwklassen van de middelbare school. Niet alleen om thema’s als scheiden, angst, de dood, vluchten, enzovoorts aan de orde te brengen, maar ook om jongeren in aanraking te laten komen met eenvoudige gedichten. Zo schrijft Gil Walschap op p. 107: “een gedicht is toch zo mooi / het maakt je / stil / het doet je / denken / soms een traan / soms een lach / alles mag”. Het feit dat dit door een leeftijdsgenoot geschreven is, zal op zich zelf alleen al moeten aanspreken. Daarnaast is de doelgroep mindertalige jongeren, waardoor het tevens geschikt is voor leerlingen die extra begeleid moeten worden op taalgebied.

Kortom, met deze gedichtenbundel heb je een goudmijntje in handen dat zeker uitnodigt tot verder lezen. Op eenvoudige wijze kunnen jongeren kennismaken met hun gevoelens en zien dat gedichten niet moeilijk of saai hoeven te zijn. De bundel zou ik iedere jongere én docent aanbevelen!

Reactie door Veronie van Velzen, op de recensie Hasta la vista door Esther van Lavieren


Visser. J. (2013). Hasta la vista. Uitgeverij: Meulenhoff Boekerij bv

Het schrijven van een jeugdroman was niet iets wat al jaren in de planning zat voor Judith Visser, eigenlijk is het idee ontstaan toen bleek dat haar eerdere thrillers veel reacties losmaakten onder de wat jongere lezers. Een boek speciaal voor die doelgroep schrijven leek haar een logische volgende stap.