zaterdag 27 oktober 2018

Reactie is geschreven op de recensie van Brigitte Ruhe, door Tom Verhaegh.


Jeugdboek 'Niet Thuis' van Jacques Vriens
Vriens J. (2017). Niet Thuis. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf.

Deze reactie is geschreven op de recensie van Brigitte Ruhe, door Tom Verhaegh.

Brigitte stelt in haar recensie dat de karakters uitgebreid beschreven worden in het boek. Dit ben ik volledig met haar eens, sterker nog het begint al op pagina 7 nadat Mathijs een vervelende opmerking in de richting van de jarige Rosalie heeft gemaakt: “Mathijs, je moet nu iets verzinnen om het goed te maken, anders kun je naar je kamer vertrekken.’ Mathijs ging midden in de kamer staan en keek Rosalie uitdagend aan. Er kon nu van alles gebeuren: of bij bedacht iets leuks of hij deed er een schepje bovenop door nóg een rotopmerking te maken.” 

Het boek is in mijn beleving uitermate geschikt voor de adolescent. Coillie stelt over de adolescent dat deze een zoektocht ondergaat naar een identiteit waarin hoofdpersonen zoekende zijn naar hun eigen identiteit. Doordat er vele verschillende karakters duidelijk omschreven worden in het boek zal een brede groep adolescenten zich aangesproken voelen. Het potentieel is groot. Niet elke hoofdrolspeler is een adolescent in het boek, maar het is wel herkenbaar omdat het om personen en karakters betreft die net wat jonger zijn, dus de lezer kan veel herkennen uit zijn nog prille leven.

Mijn persoonlijke mening is dat het een boek is dat breed uitgedragen zou moeten worden. Ik ben van mening dat dit voor veel jonge mensen een herkenbaar boek is, dat wellicht ook troost zou kunnen bieden voor een hoop lezers. Buiten dat begint het boek ijzersterk. Op de eerste pagina van het verhaal, p.5 start meteen een geheime conversatie tussen twee begeleiders van de uit huis geplaatste kinderen. Er wordt meteen een vraag gesteld: ‘Wát had Marieke ons nog niet verteld?’ Hierdoor begin het verhaal direct en leest het heel prettig verder. Dit komt ook door de compactheid van het boek, met het vrij grote lettertype en niet te veel nutteloze informatie.

Reactie op recensie "Hoe overleef ik mezelf van Francine Oomen" door Suzanne de Jong

Misschien komt het omdat ik er weinig van mijzelf in herken maar het oordeel dat Suzanne velt "een leuk boek in een vlotte schrijfstijl" deel ik niet. Ik vond het enorm saai om te lezen met name door het hoge tempo van problemen die elkaar opvolgen, iets waar Suzanne ook aan refereert.
Doordat er zoveel korte momenten in het boek zitten gaat het nooit echt ergens over. Een probleem wordt even aangestipt, er volgt een mailwisseling en hop daar dient het volgende probleem zich al aan. Dit maakt het wat mij betreft ook zwaar onrealistisch want zelfs de meest heftige puber zal in zo'n korte tijd niet al die zaken meemaken die Rosa in het boek meemaakt.

Reactie op Echte mannen eten geen kaas van Maria Mosterd, door Nicole Veldhuis-Vree

Reactie op Echte mannen eten geen kaas, gelezen door Nicole Veldhuis-Vree.

Het boek ‘Echte mannen eten geen kaas’ van Maria Mosterd (2008), is een boek waarvan ik net zoals de recensent vind dat het een overtuigend verhaal is, ondanks dat daar twijfels bij zijn. Het is een verhaal dat echt gebeurd zou kunnen zijn en in de tijd dat de loverboys een hot item waren, kwam dit boek als geroepen. Veel adolescenten hebben in deze tijd het boek gelezen, soms op aandringen van ouders of docenten, zodat zij een beeld kregen van hoe een loverboy te werk kan gaan.

Doordat het boek is geschreven door een leeftijdsgenoot, zie je dat de adolescenten zich makkelijk kunnen verplaatsen in de hoofdpersoon. De taal die gebruikt wordt is vrij simpel en concreet. Doordat dit taalgebruik zo simpel is, lijkt het boek ook geschikt voor de jongere adolescent van twaalf jaar en ouder, zoals Nicole zegt, maar ik denk dat het onderwerp nog wat te heftig is voor de meesten. De vroege rijpheid van sommige leerlingen zou wel het overwegen zijn, of het boek goed is om dan toch te laten lezen. We willen immers dat ze op de hoogte zijn van wat er kan gebeuren. Ik zou het dan zien als een soort verlengde van seksuele voorlichting. Dat het passend is bij de adolescenten staat als een huis boven water, omdat het heel erg inspeelt op de gevoelens van de hoofdpersoon, op de vorming van liefde en de sociale contacten die pubers maken, waar ze graag over lezen zodat ze zich makkelijk kunnen verplaatsen (Coillie, 2007).
Door het simpele maar concrete taalgebruik lijkt het boek me gemakkelijk te lezen voor young adults. Ze zullen er snel doorheen zijn en het niet weg kunnen leggen, mits ze geïnteresseerd zijn in het onderwerp. Om een indicatie te geven van het soort taalgebruik in het boek, geef ik het volgende voorbeeld: ‘Luister Nikki, ik heb je al gezegd dat dit niks voor jou is, je moet hierbuiten blijven,’ zei Manou en kwam op Nikki af lopen die steeds dichter bij mij kwam staan. Manou pakte haar bij haar hand en nam haar mee naar de keuken. ‘Nou is ie boos op ons allebei,’ siste Juanez boos naar me toen Manou met zijn rug naar ons toe stond. ‘Hij is helemaal niet boos en als hij dat al is, is hij dat op jou,’ siste ik terug terwijl ik naar Manou keek die met Nikki aan het praten was. Hij haalde een mes uit zijn zak en zwaaide ermee voor haar hoofd.’ (Mosterd, 2008, blz. 67).

Een passage uit het boek vond ik schokkend. Als ik me hier verplaats in de lezer waarvoor dit boek bedoeld is, de young adults, denk ik dat het vrij heftig is om te weten hoe echt willekeurig meisje zo gehersenspoeld kan worden door een loverboy. Ze is al in een korte tijd een marionet zonder eigen mening en doet alles voor de loverboy, zonder erover na te denken wat ze ervan vond. ‘Nikki zag ik nog af en toe als ik een keer op school kwam om een toets te maken, want Manou wou wel dat ik bij elk rapport voor alles minstens een vijf stond. Verder deed ik wat Manou wou. Ik ronselde meisjes voor hem, ging met mannen maart bed voor geld en bracht pakketjes voor hem weg of haalde ze op.’ (Mosterd, 2008, blz. 60)
Niet de emoties spatten van het papier, maar juist dat ze weinig tot geen emotie had bij hetgeen ze beschreef in deze passage van het boek. Het lijkt haar allemaal niets te kunnen schelen. Als lezer zou je hier boos kunnen worden op de hoofdpersoon, omdat je wil dat ze beseft dat dit niet normaal is. Je wil dat het goed komt met haar. De heftigheid van de woorden die op papier worden gezet vind ik niet geschikt voor de jonge adolescent, omdat het te schokkend is.

‘Echte mannen eten geen kaas’ laat je aan het einde van het boek met een dubbel gevoel zitten. Ja, Maria is ontsnapt aan de loverboywereld, maar je merkt aan haar dat ze niet geheel achter haar keuze staat. Je wil dit van de ene kant heel graag begrijpen, maar van de andere kant denk je dat ze blij moet zijn dat het haar is gelukt. Ik voelde een soort boosheid waarom ze hier niet geheel dankbaar voor is en überhaupt nog terug zou willen. Het is lastig te begrijpen waarom ze niet geheel inziet dat dit de juiste keuze is. Ik denk dat dit ontzettend goed meewerkt aan het moraliteitsbesef en normen en waarden van de adolescent. Dat wat jij zou kiezen niet altijd de keuze is van een ander. Dat als je jezelf in de schoenen van een ander plaatst, je zult merken dat er soms anders wordt gedacht. Al met al lijkt het me inhoudelijk een zeer geschikt boek voor young adults, met een hoge informatieve waarde met een rauw randje om het zo interessant te maken. Jammer dat het qua taal niet beter is geschreven, dat zou het literair gezien verbeteren.


Filmrecensie ‘Haar naam was Sarah’ van  Giles Paquet-Brenner (2010)




Zelden heb ik een film mogen aanschouwen die mij zo aangreep als ‘Haar naam was Sarah’. In deze verfilming van het beroemde boek van Tatiana de Rosnay uit 2007 worden twee verschillende verhaallijnen tegen elkaar afgezet.

In eerste instantie word je meegenomen in het verhaal van Sarah Starzinsky, een jong joods meisje ten tijde van de vreselijke razzia’s in Parijs, 1942 in Frankrijk. De tweede verhaallijn betreft die van Julia Jarmond. Zij wil met haar man een woning in Parijs betrekken, maar dit huis blijkt een gruwelijk geheim met zich mee te dragen.

Tijdens de film schakel je telkens over van de vreselijke razzia’s in Parijs in 1942 en de gevolgen daarvan naar de huidige tijd waarin Julia onderzoek doet naar deze gruwelijkheden. Voordat we dieper ingaan op de film, eerst wat achtergrondinformatie:

-In de nacht van 16 en 17 juli 1942 werden ongeveer 13.000 Parijse joden opgepakt en afgevoerd naar het plaatselijke wielerstadion (Vel d’Hiver). Aldaar werden ze onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden tot ze konden worden afgevoerd naar verschillende kampen. Schokkende constatering was dat deze razzia’s werden uitgevoerd door de eigen bevolking, namelijk Franse agenten die samenwerkten met de nazi’s.

In dit decor speelt zich de tragedie af van het joodse meisje Sarah en haar vader, moeder en broertje Michel. In alle hectiek die veroorzaakt wordt door deze razzia, sluit ze haar broertje op in een muurkast. Ze belooft hem er weer uit te halen zodra de kust weer veilig zou zijn.
In de hoedanigheid van Julia Jarmond-Tezac vertelt actrice Kirstin Scott Thomas het andere verhaal, namelijk van de journaliste die onderzoek doet naar deze razzia’s. Hoe meer ze in deze geschiedenis duikt, hoe meer gruwelijke details er bekend worden. Tijdens haar zoektocht stuit ze op de geschiedenis van Sarah Starzinsky en besluit daar verder onderzoek naar te doen.

Ik denk dat Giles Paquet-Brenner met de verfilming van dit verhaal deze bijzondere, maar lugubere geschiedenis met de wereld wil delen. Bekeken door de ogen van Sarah krijgen de gruwelijke gebeurtenissen in Parijs een menselijk gezicht. Nog schrijnender is de constatering dat deze razzia’s zijn uitgevoerd met hulp van de plaatselijke bevolking in de vorm van de Franse politie. Dit is tegelijk en vloek als een zegen. Er zijn agenten met gewetensbezwaren. Specifiek één agent zorgt ervoor dat Sarah kan overleven en ontsnappen. Hoewel Sarah diverse beproevingen te verduren krijgt, heeft haar reis maar één doel: Weer thuis zien te komen om haar broertje te kunnen bevrijden.
Julia krijgt in haar zoektocht naar de waarheid ook te maken met diverse obstakels, bijvoorbeeld in de vorm van haar moeizame relatie met haar echtgenoot en een onverwachte zwangerschap. Ook de contacten met de familie van Sarah verlopen allesbehalve vlekkeloos. Uiteindelijk lukt het haar steeds dichter bij de waarheid te komen en doet ze de ene schokkende ontdekking na de andere…

De acteurs geven erg wisselend gestalte aan hun personages. Kirstin Scott Thomas geeft op uitstekende wijze vorm aan Julia, een zwangere vrouw die, naarmate ze steeds meer te weten komt over Sarah, ook zelf in een identiteitscrisis belandt. Mélusine Mayance is de ster van deze film. Zij tilt met haar acteerwerk de film naar een hoger, dieper niveau. Ze weet als geen ander vorm en diepgang te geven aan Sarah en zorgt ervoor dat je de film blijft kijken. Ook Niels Arestrup is een zeer sterke acteur. Dat hij zijn karakters veel diepgang kan meegeven bleek al in eerdere producties zoals bijvoorbeeld ‘War Horse’, waarin hij ook een opvallend sterke rol vertolkt. Enige tegenvaller vind ik Aidan Quinn, die de zoon van Sarah speelt. Zijn acteerprestaties laten te wensen over en zorgen ervoor dat het einde van de film hier en daar wat inzakt. Wellicht was een sterkere acteur hier beter op zijn plaats geweest. Door de bank genomen is de film van hoge kwaliteit en zowel liefdevol als grimmig verfilmd.

Het verhaal is zowel beklemmend als geloofwaardig. Het is alsof je het verhaal van Sarah meemaakt en je ervaart haar vastbeslotenheid, onmacht en pijn. Wat dat betreft past deze verfilming wel in het rijtje van ´Schindler´s list´ en ´De jongen in de gestreepte pyama´. Ik zou de film zeker aanraden. Ik zou wel rekening houden met een emotionele trip en gemengde gevoelens na afloop. De film zet je zeker aan het denken en laat je nadenken over de waanzin van de tweede wereldoorlog.


‘Gruwelijke rijmen’ van Roald Dahl, uitgeverij De Fontijn te Baarn.


Vergeet zoetsappigheid met een randje geweld en neem plaats voor pure zwarte sprookjeshumor van Roald Dahl met een dikke knipoog naar de werkelijkheid. Sommige sprookjes staan er natuurlijk al om bekend dat ze gruwelijkheden bevatten, maar de heer Dahl doet daar nog een dikke schep bovenop. Bekende sprookjes worden in rijmvorm overgoten met een sausje van seksisme (Roodkapje die een revolver uit haar slipje tovert, blz. 24) en zijn doordrenkt van nog bruter geweld (er worden regelmatig zonder pardon koppen gesneld, blz. 4) dan gebruikelijk is in standaard sprookjes. Kortom een zeer gewelddadig maar hilarisch boek tegelijk.




Voor zover het morele kompas, als dat er al is. Daar waar de originele prins in Assepoester toch wel een brave inborst blijkt te zijn, blijkt hij in deze rijmbundel te zijn omgetoverd in een vreselijk monster. Eén die er niet voor terugdeinst zonder pardon koppen te laten rollen. Zeker in zijn zoektocht naar de eigenares van het muiltje. Eenmaal aangekomen bij de stiefzussen van Doornroosje verandert de prins in een meedogenloze bruut die in het verhaal transformeert in een bloedbad. Koppen rollen en dat alleen maar omdat hun voorkomen hem niet aanstaat. Assepoester kiest uiteindelijk, na het aanschouwen van deze gruwelijkheden, voor een leventje in de luwte. Zonder prins. Punt. Kort samengevat is niets wat het lijkt in dit boekje. Prinsen zijn meedogenloos, dwergen zijn gokverslaafden en Roodkapje is een levensgevaarlijke dushi die met een pistool in haar slipje rondloopt. Moreel verantwoord? Vast niet, zeker niet voor jonge kinderen, maar wel erg grappig en daarom des te meer geschikt voor oudere kinderen en  jongvolwassenen. Genoeg van die suffe sprookjes? Neem dit boek en niets zal meer hetzelfde zijn…

Of er een boodschap is verwerkt in dit hele verhaal? Vast wel. Wellicht wil Dahl de absurditeit van de maatschappij belichten met zijn gruwelijke rijmen. Sommige gebeurtenissen in het boek echter zijn (zij het in andere bewoordingen) angstvallig herkenbaar in de huidige wereld waarin we leven. Worden we niet dagelijks geconfronteerd met beelden van de meest gruwelijke executies en gewelddadige excessen van eenlingen? Wellicht had Dahl daarin een vooruitziende blik en heeft hij zijn visioenen omgezet in fantastische verhalen. Wie zal het zeggen? De paralellen zijn beangstigend.

Misschien wilde Dahl echter gewoon mensen aan het lachen maken en bedienen met zijn persoonlijk blik op bestaande sprookjes. Ergens denk ik dat hij de huidige sprookjes incompleet vond en dat hij een weg zocht om zijn visie op sprookjes te kunnen ventileren. Hoe je het ook wend of keert, Dahl heeft hiermee een verrassende en humoristische rijmbundel (met een vette knipoog) afgeleverd die je niet licht zult vergeten.

Dahl was een meester in het beeldend schrijven. Hij kon schrijven voor zowel jong als oud. Zijn manier van schrijven was bijzonder: Zijn verhalen voor volwassenen zijn vaak bizar. Zijn verhalen voor kinderen vaak grappig en vreemd. Ook zijn ze onvoorspelbaar, griezelig en af en toe een beetje sadistisch. Gezien het feit dat Dahl één van de meest gelezen auteurs is van de afgelopen decennia kun je concluderen dat hij een  grootmacht is op dit gebied en met deze ‘Gruwelijke Rijmen’ heeft hij met het schrijven van deze rijmbundel een pareltje toegevoegd aan zijn omvangrijk oeuvre. 

vrijdag 26 oktober 2018

Reactie op Suzanne de Jong - Francine Oomen met Afblijven door Milou Visser.


Reactie op de recensie van Suzanne de Jong


 

Oomen, F. Hoe overleef ik mezelf? Amsterdam: E. Querido’s Uitgeverij BV.

 

Waardeoordeel in reactie op Suzanne de Jong:

Bij de recensie van De Jong had ik bij een aantal punten direct een overeenkomst in mening. Zo stelt zij dat Oomen in staat is om de hoofdpersoon zo neer te zetten dat het lijkt alsof het geschreven is door de hoofdpersoon Rosa van Dijk. Het verhaal lijkt echt vertelt te worden vanuit Rosa van Dijk, de veertienjarige puber die van kleine puberproblemen alleen maar grotere problemen maakt.  

 

Persoonlijk mis ik diepgang in het verhaal, maar dat zal liggen aan het feit dat dit overduidelijk een jeugdboek is en dus ook vanuit de puber geschreven is. Het gedrag dat beschreven wordt, is pure pubergedrag wat erg tot de verbeelding spreekt. Met name pubermeisjes zullen dit maar al te graag lezen. Daarin is Francine Oomen zeker geslaagd, ook De Jong beschrijft dit in haar slot en daarin kan haar mening zeker delen.

 

De Jong schrijft dat de problemen zich in een hoog tempo opvolgen en daar ben ik het helemaal mee eens. Rosa, het meisje waar dit verhaal om draait, gaat de ene dag graffiti spuiten en besluit de volgende dag een piercing te nemen. Alsof dat nog niet genoeg is begint ze geld te stelen om de materialen voor het graffiti spuiten te kunnen betalen. En zo holt Oomen maar door in het beschrijven van puberproblemen. Moeder boos, stiefvader over de toeren, problemen op school, alles is uit de hoge hoed getoverd en dat is voor mij als volwassene niet echt realistisch te noemen.

 

Waar De Jong en ik van mening verschillen is hoe de rollen in het boek worden neergezet. Ik ben zelf van mening dat sommige situaties echt niet realistisch beschreven zijn. Zo is te lezen in de volgende passage dat Rosa goedkeuring krijgt van haar tekendocent om graffiti te spuiten en is zelfs bereid haar les te geven.

‘De leraar bladert met aandacht door haar schetsboek heen. Hij stop even bij de graffitischetsen. Erg goed, deze ontwerpen.’ (Blz. 66)

‘Je moet hiermee doorgaan, hoor. Meyer wijst naar het tekenblok. Je hebt talent. Zit je op tekenles? Rosa doet haar tekenblok dicht en stopt het in haar rugzak, ‘nee’. Zou je dat willen? Als je dat wil kan ik je lesgeven’ (blz. 67).   

De docent die anno 2018 een puber de goedkeuring geeft iets te doen wat niet mag en daar zelf vol lof over spreekt zou zelfs strafbaar kunnen zijn, evenals de puber die spullen van een ander volkladt. Dat is wat mij betreft volkomen ongeloofwaardig en daarin mist het boek de diepte. Pubers zouden er echter van smullen…

 

Als ik kijk naar de leesfasen dan past het ook echt bij de puber: een jonge hoofdpersoon op zoek naar zichzelf, vriendinnen spelen een belangrijke rol en er is absoluut aandacht voor spanning. Dat slaat in dit verhaal de spijker op zijn kop.

 

Als laatste lees ik dat De Jong aangeeft dat e-mails die tussen de verschillende personages geschreven worden niet meer van deze tijd zijn. Dat kan ik beamen want studenten mailen niet, maar snapchatten of appen tegenwoordig met elkaar. Wellicht is het een goed idee dat Oomen dit verhaal eens moet “pimpen”? Hoe overleef ik mezelf anno 2018? Hoe dan ook, het boek blijft interessant voor een puber!

 

Milou Visser.

Reactie op Stef Hummelink: Afblijven! - Carry Slee - door Milou Visser


Reactie op Stef Hummelink – recensie: Afblijven – Carry Slee

 


Slee, C. (1996). Afblijven. Pimento: Amsterdam.

 

In de recensie van Stef Hummelink staat een duidelijke boodschap centraal: ‘het is een grote waarschuwing voor de jeugd’. En daar ben ik het helemaal mee eens. Dit boek stelt zowel de doelgroep als de opvoeder in staat om een taboe te doorbreken en het gesprek over het gebruik van drugs aan te gaan. Een belangrijke boodschap die mij raakt als docent want sinds mijn taak als slb’er moet ik dat gesprek soms ook aan, en als beginnende slb’er is dat soms erg spannend. Zeker drie studenten in mijn slb-klas gebruiken momenteel drugs, en dat zorgt voor veel problemen thuis en op school. Dit verhaal kan voor mij zelfs een handreiking zijn om ook dat gesprek opnieuw aan te gaan. Het stelt mij in staat te begrijpen wat de gedachtegang van een puber is, en waarom zij niet in staat zijn van drugs af te blijven. Wat hen triggert, welke problemen ervoor zorgen en waarom ze zover doorgaan met het gebruik van drugs.

 

Hummelink beschrijft in zijn recensie over de manier waarop gesprekken tussen pubers verlopen. Ook dit kan ik beamen. Tenenkrommend hoe dergelijke gesprekken gevoerd worden, en ook dat is voor mij als dertigjarige docent Nederlands complexe kost om te lezen. Niet omdat het zo moeilijk is, maar wel moeilijk te begrijpen. Ze zetten zichzelf in de picture, ook al is dat de laatste plek waar ze gevonden willen worden. Dat puberbrein is een complex ding, ook al dachten wij dertigers vijftien jaar geleden op precies dezelfde wijze… Wat mooi dat identiteitsontwikkeling plaats vindt en we later onze gedachtes kunnen weerleggen, beter nadenken over de gevolgen van bepaalde keuzes, en zeker als docent valt er veel te leren over deze ontwikkeling. Ook als het fictief, zo werkt het in de ‘echte wereld’ ook.  

 

De realiteit van het verhaal geeft mij niet het gevoel dat het boek al tijden geleden geschreven is. Zoals Hummelink ook in zijn recensie stelt, is dat ondanks dat er gesproken wordt over guldens, dit verhaal een tijdloos karakter heeft. Hij verwoordt perfect hoe tijdloos dit verhaal is, en daar kan ik alleen maar achter staan.

 

In de volgende passage wordt nog eens duidelijk hoe de buitenwereld lijdt onder het de ongrijpbare verslaving van drugs:

Jordi is bij Melissa op bezoek geweest, maar komt erachter dat ook nadat ze opgenomen is geweest, niet thuis is en dat zorgt voor blinde paniek bij hem, en haar moeder. ‘Jij hebt alles gedaan wat je kon Jordi, je bent een fantastische vriend voor Melissa geweest.’ (Blz. 157) Als je verder leest kom je erachter dat vertrouwen grote schade heeft aangericht, en dat er niets aan de hand was. Een belangrijke boodschap die de lezer de intentie geeft ook over eigen keuzes goed na te denken. Een levensechte en realistische situatie die mij zelfs een benauwd gevoel gaf tijdens het lezen.

 

Mijn laatste ode aan zo goed beknopt geschreven recensie van Hummelink: ik kan volledig achter zijn mening staan, deel deze mening absoluut en zal bij leesonderwijs tijdens mijn lessen Nederlands én als studieloopbaanbegeleider, zeker teruggrijpen naar dit verhaal.


 

Milou Visser.